Mijn foto

Laatste reacties

  • Arnoud Goed dat je het besluit hebt

Onvoorspelbaar goed

  • Pieter Overduin
  • Maarten Biesheuvel
  • Heleen van Royen

Laatste berichten

web-log.nl, powered by TypePad

Ik schreef een verhaal. Het ging over een jonge vrouw die manisch depressief is. Ik stuurde het op naar een schrijfwedstrijd. Winnen is leuk. Gelukkig kreeg ik de eerste prijs. Nu staat mijn verhaal ook in een boek. Mijn naam staat op papier. Wil je het boek ook in je handen houden? Het verhaal lezen van papier in plaats van op het scherm?

Klik en bestel!

Ik heb een nieuwe site/weblog. Reageren kan en is leuk. Kijk hier!

28-2-08

www.caricedewildt.nl

Rozen_van_carice “Wil jij een website voor mij bouwen?”, ik kijk hem aan als een kind dat hoopt dat de grote snoeptrommel open gaat.

Hij neemt een slok rode wijn en fronst.

“ Voor Carice?”

Ik knik. Duh! Voor wie anders.

“Ja hoor”, zegt hij. En hij gaat verder met kaarten.

Hij ging niet alleen verder met kaarten. Maar hij bouwde die website dus echt. Al mijn wensen werden in de website opgenomen. Hij trok nachten lang door om er een groot succes van te maken en niets was te gek.

De man die niet genoemd wil worden (Harry Potter fans onder ons mogen hem best Voldemort noemen) verdient een applaus. U mag zingen, u mag juichen, u mag dansen. Maar komt u vooral terug. En dan niet hier, maar hier.

Want daar krabbel ik verder. En daar hoop ik u allemaal weer tegen te komen, want uw reacties en bijzondere mails laten mij doorgaans niet onberoerd.

Vergeet u vandaag vooral niet de krant te lezen. Wellicht leest u een bekend stukje van een vrouw die soms Carice heet.

26-2-08

Wenkbrauwen

Als er iets is waar ik een hekel aan heb, is het om zelf mijn wenkbrauwen te epileren. Daarbij vond ik dat ze wel weer een kleurtje konden gebruiken. Niets is vervelender dan met je wenkbrauwen willen fronsen terwijl het niemand opvalt, nietwaar? Ik maakte daarom een afspraak bij de schoonheidsspecialiste.

“ Wat is er met jouw huid aan de hand?”, snibt de schoonheidsspecialiste.

O ja. Er zit een pukkel op mijn gezicht. Combinatie van maandelijkse perikelen en de bijwerkingen van lithium. Ik ben nu net in het stadium dat ik voorzichtig probeer te accepteren dat ik lithium gebruik. Maar niet te enthousiast hoor. Hallo. Er moet iets te schoppen overblijven.

“ Ik gebruik medicatie waarvan ik deze bijwerkingen krijg”, antwoord ik, hopende haar de mond te snoeren.

“Oh, wat erg”, zegt ze. Ze kijkt naar mijn gezicht alsof het een Tsjernobil-slachtoffer is.

“Welke medicatie gebruik je, als ik vragen mag?”, gaat ze door.

“Nee! Dat mag je niet vragen!”, wil ik roepen.

"Dat vind ik eerlijk gezegd nogal persoonlijk”, zeg ik bits. De stagiaire die tegenover haar staat, trekt haar keurig geëpileerde wenkbrauwen op.

“O”, reageert ze. “En wat voor producten gebruik je om je gezicht schoon te maken?”.

Ik leg uit dat ik een middel van de dermatoloog heb gekregen en hoop dat ze dan haar mond even houdt.

“Welk middel is dat? Roaccutane?”.

“Nee”, antwoord ik. “Die wilde ik niet. Dat middel geeft als bijwerking depressies en er zijn patiënten geweest die er zelfmoord door hebben gepleegd”.

Ik hoop opnieuw dat ze haar klep houdt.

“Misschien is het iets voor jou om permanente make-up te nemen”, besluit ze dan. “ Zal ik je een fotoboek laten zien?”

“Graag”, doe ik alsof.

“Die wenkbrauwen zijn mooi geworden”, zeg ik enthousiast terwijl ik naar een foto wijs die duidelijk vooraf is genomen. “Dat is echt een stuk beter dan dit”. Ik wijs naar de ‘na’-foto.

Vriendelijk zeg ik haar gedag terwijl ik hoop dat ze vandaag een duurzame allergische reactie in haar gezicht krijgt.

Ik weet nog iets waar ik een hekel aan heb.

Bemoeizuchtige en op geld beluste schoonheidsspecialistes.

25-2-08

Kinderwens II

Ik heb een kinderwens. Als ik mijn nichtje aan de telefoon heb en haar driejarige stemmetje hoor, groeit mijn hart. De tranen branden achter mijn ogen en als ik écht zou willen, kon ik best huilen. Als mijn neefjes buiten op het veldje willen voetballen en mijn lief gestrikt wordt voor versterking binnen hun team, kijk ik als een trotse moeder vanaf de zijlijn toe. Als het zoontje van Vriendin schatert omdat ik zijn jasje aan probeer te trekken, raak ik ontroerd.

Ik wil een kind.

Ik heb wel een kinderwens, maar ben officieel manisch-depressief.  Ik heb goede en slechte tijden. Soms zijn de goede tijden té goed en leef ik als een Godin in Frankrijk. Als de slechte tijden echt waardeloos worden, vraag ik me af waarom anderen het zo graag willen. Leven. Ik bedenk dat de wereld beter af is zonder mij en maak plannen om het aardse leven te verlaten. Gelukkig bestaat er Lithium. Een middel dat mijn stemmingen reguleert. Ook een middel dat mijn concentratie verslindt, mij af en toe voorziet van haaruitval en pukkels en  mijn libido tot nul reduceert. En om een kinderwens te vervullen, is het echter wel zo praktisch om geregeld te tortelen. Bovendien is er een kans van twintig procent dat de moeder haar stemmingsstoornis overdraagt op het kind. Maar zegt u nou eens eerlijk: als we allemaal zo zouden denken, werden er nog minder kinderen geboren. En dat zouden we André Rouvoet toch niet aan willen doen. Gelukkig hoef ik me er geen zorgen over te maken dat mijn kind tijdens de zwangerschap wordt vergiftigd door Lithium. Want wie wil er dat haar kind ter wereld komt met een hartafwijking? Voorheen zou ik ‘niemand’ hebben gezegd. Daarom bestaat er een middel dat speciaal is ontwikkeld voor manisch-depressieve vrouwen met een kinderwens. Litharex. Opgelucht haalde ik adem.

Ik heb wel een kinderwens meneer Rouvoet, maar ik hoorde vorige week dat Litharex uit de handel wordt genomen. De populatie van manisch-depressieve vrouwen met een kinderwens, is te klein. De fabrikant ziet liever dat er kinderen worden geboren met een hartafwijking. Daarbij denk ik ook heel praktisch. Ik wil mijn baan graag houden en een, al dan niet onvoorspelbaar, gelukkig leven leiden met mijn lief. Zie maar eens je stemmingen stabiel te houden, geld in het laatje te brengen en voor een gehandicapt kind te zorgen.

Ik heb een kinderwens. Maar ik heb er mijn buik nu al van vol. 

21-2-08

Vragenlijst

Ik loop een kamer binnen waar vijf jonge vrouwen zitten. Ik schud mijn hand als eerste aan een jonge vrouw met een blond staartje. Ze heeft dik haar, een gave huid en is goed gekleed. Haar dure armband en prachtige lamswollen trui doen alsof ze in de P.C. Hooftstraat zijn aangeschaft. Ik betrap mezelf erop dat ik verbaasd ben. Ze lijkt best normaal. De andere vrouwen zien er ook allemaal goed uit. Gekleed volgens de laatste mode, hun haren hip gekapt en bijna iedereen draagt make-up. Er zit niemand bij met vet haar, slonzige kleding of een raar hoedje.

We hebben meer met elkaar gemeen dan de onoplettende voorbijganger zou denken. We zijn allemaal manisch-depressief. En misschien willen we allemaal nog wel een kind ook. Of deze combinatie mogelijk is, zullen drie bijeenkomsten moeten uitwijzen. Stiekem hoop ik dat ik na drie avonden naar huis ga met het antwoord. Ik wil gewoon dat iemand anders de beslissing voor mij neemt en ik op de laatste avond naar huis ga met een enveloppe waarop de hulpverleners een vakje hebben aangekruist.

Moet Carice moeder worden?

        Ja

        Nee

En dat ik dan niet meer hoef te twijfelen en blij ben met de aangekruiste keuze. Dat zou fijn zijn.

18-2-08

Kees

Ik wist dat hij ooit zou gaan. Dat hij er niet zijn hele leven voor mij zou zijn. Ik wist dat hij ooit zijn horizon zou gaan verbreden. Dat hij verder ging kijken. Maar nu het eenmaal zo ver is, doet het pijn. Ik word aan mijn lot overgelaten, zonder dat hij er ook maar een moment bij stil heeft gestaan hoe het voor mij voelt.

“ Ik stop binnenkort, dat weet je hè?”, hij kijkt me vriendelijk aan. Geschrokken kijk ik op uit mijn vrolijke bloemetjesagenda.

“ Nee”, zeg ik feller dan ik bedoel. “Ja, ik wist dat je ooit zou gaan”, zeg ik terwijl ik het woord ‘ ooit’  overdreven uitspreek. Natuurlijk wist ik dat hij ooit zou stoppen. Zijn stage duurt niet langer dan een jaar en dan gaat meneer weer gewoon iets anders doen.

“ Wanneer stop je hier?”, vraag ik dan rustig. Ik herinner me overigens niet meer op welk moment ik ervoor heb gekozen om hem met ‘je’ en ‘ Kees’ aan te spreken.

“ Over drie weken”, zegt hij rustig. “ Zullen we over twee weken nog een keer afspreken? Vind je dat prettig?”. Ik knik.

“ Dokter Eurlings wordt nu jouw behandelaar”.

Dan schrik ik. Ooit schreef ik een verhaal waarin ik uit de doeken deed wat ik van mijn psychiater en de arts in opleiding dacht. De twee hulpverleners kwamen niet als sympathieke personages in dit schrijven naar voren. Bovendien is het niet ondenkbaar dat mijn aankomend behandelaar hier iets over heeft gehoord van zijn collega’s, aangezien ik het winnende verhaal naar mijn sociaal psychiatrisch verpleegkundige heb gemaild.

Ik heb geluk. Dokter Eurlings wil me niet meer, want “ zijn case-load zit te vol”. Maar misschien heeft hij ook wel geleerd van het voorval en kan hij inmiddels beter zijn grenzen aangeven.

Desondanks blijft het zuur. Ik had een arts waar ik geen ruzie mee maakte. Iemand die me geen medicatie in de maag splitste, maar hier met mij over sprak. De voor- en nadelen zorgvuldig afwoog en de beslissing aan mij liet. Iemand die begreep dat ik niet altijd zomaar vrij kon nemen voor een afspraak, maar mij tegen alle regels in liet komen op momenten dat hij andere soorten stoornissen moest behandelen. Die iemand gaat nu weg.

Ja hoor, Kees is best oké. En misschien wordt hij zelfs beter dan zijn supervisor. Ik wens hem in ieder geval veel onvoorspelbaar geluk en leuke collega's toe gedurende zijn hele loopbaan.

*Namen zijn uiteraard gefingeerd.

13-2-08

Paradiso. Een verdomd goede roman

Paradiso_carice_3 Kees van Beijnum schreef verschillende boeken. Ik denk dat geen enkele Nederlander nog onbekend is met het boek danwel de film De oesters van Nam Kee. Onlangs deed hij het weer. Kees van Beijnum schreef een boek. Toen ik op de trein stond te wachten, zag ik op een billboard dat hij Paradiso had geschreven. Gelukkig lag mijn boek dat ik mee had willen nemen voor in de trein nog op mijn nachtkastje. Ik had een goed excuus om onze uitpuilende boekenkast te verblijden met een nieuw exemplaar.

Ik was blij dat ik erop had gegokt mijn trein te missen. Verheugd dat ik niet anderhalf uur door het ongewassen raampje hoefde te staren. Verdiept in Paradiso stierf het rumoer uit de coupé langzaam weg. Ik werd meegenomen in de wereld van Mart. De afvallige echtgenoot die zijn vrouw wil vertellen dat hij er liever vandoor gaat met een jongere versie. Als hij thuis komt, wacht hem een verrassing. De dijk langs de ringvaart is doorgebroken en de bewoners zijn geëvacueerd. Als Mart zijn vrouw niet in de sporthal vindt waar zij volgens ooggetuigen gezien is, begint een beklemmende en bizarre zoektocht.

Ik zuchtte van irritatie toen de conducteur om mijn kaartje vroeg. Ik baalde ervan dat de trein niet vertraagd was en ik het boek bij het eindstation moest wegleggen. Ik noem het knap. Hoe een man die al zoveel geschreven heeft, nog origineel kan zijn. Dan heb ik het nog niet gehad over zijn schrijfstijl, die prachtig gedetailleerd is zonder te verzanden in suffe uitweidingen. Zijn bijna poëtische schrijfstijl deed me naar adem snakken. Of hoewel… dat is overdreven. Paradiso is gewoon een verdomd goede roman.

11-2-08

Ik loop niet meer met jou

Ik wandelde door het park waar ik ooit met jou samen liep. Af en toe renden we door de bladeren die zich hadden opgehoopt. We glibberden over de gladde paden als de ijzel er een schitterende, maar verraderlijke laag overheen had gelegd. Af en toe liepen we door de regen. Onze hoofden gebogen, onze gezichten nat van het zweet en de regen. Soms scheen de zwoele zomerzon op onze gezichten. Tot er opeens die donderende bliksem verscheen die zorgde voor een wolkbreuk. Ik loop niet meer met jou.

Ik wandelde door het park waar ik ooit samen met jou liep. Ik praatte met de vriendinnen met wie ik samen was. Ik mengde me oppervlakkig in de gesprekken die zij samen voerden. Schichtig keek ik om me heen. Bang om jou tegen te komen. Bang voor een confrontatie voor dat wat er is gebeurd.

Ik wandelde door het park waar ik ooit samen met jou liep. De lichte zonnestralen schenen op mijn gezicht. In mijn hart regende het. Ik dacht aan de momenten waarop we lallend de kroeg uit kropen. De avonden die overgingen in nachten en ochtenden waar we met een breezer op het balkon bij jou thuis eindigden. Ik herinnerde me die keer dat jij jouw vaders auto en frituurpan had geleend. En hoe je toen had geprobeerd om zonder lachen te vertellen dat de frituurpan een beetje was omgevallen op de achterbank en je nu echt niet op de bank moest gaan zitten omdat je dan voor altijd aan het vet zou blijven kleven. Ik dacht aan de momenten waarop we de champagne lieten knallen omdat die kloothommel eindelijk jouw huis had verlaten en jij weer opnieuw kon beginnen.

Ik wandelde door het park waar ik ooit samen met jou liep. Ik keek naar mijn vriendinnen. Naar mijn vriendinnen die bleven.

4-2-08

Piet Piraat

Er dansen elfjes op straat. Hun glimmende vleugels bewegen mee op het meeslepende ritme van de muziek. Naast mij staat een papegaai. Hij leunt op de wankele tafel en probeert wiebelig een sigaret op te steken.

“Wil je cola?”, vraagt Piet Piraat die drie glazen dood bier in zijn handen heeft. Hij heeft prachtige groene ogen en een charmante blik. Volgens mij vallen vrouwen met bosjes voor hem. Ik kijk hem iets te lang aan. Ik geloof dat ik wilde checken of hij kleurlenzen draagt.

“ Graag”, knik ik dan. Ik knipper met mijn overdreven lange en glitterende nepwimpers.

“ Dat moeten we binnen halen. Buiten is er alleen bier. Ga je mee?” Ik vraag me af of hij altijd zo zwoel kijkt, of dat het alcoholpercentage in zijn bloed daar verantwoordelijk voor is.

Ik knik en loop voor hem uit.

“ Wil je echt geen bier? Of iets anders? Waarom drink je eigenlijk niet?”. Hij klinkt bijna wanhopig als we aan de bar hangen.

Ik leg hem uit dat ik voor heel mijn leven genoeg heb gedronken. Dat het voor mij beter is om het even niet te doen.

“ Wat stoer”, zegt hij terwijl hij de barman wenkt.

Piet Piraat geeft me mijn cola light en gaat er eens even goed voor hangen. Wij zouden het wel eens heel gezellig kunnen krijgen. Wij samen. Hij en ik.

“ Dank je Piet!”, zeg ik. Ik zwaai met mijn lange blonde vlechten als ik me omdraai om naar buiten te lopen. De wetenschap dat de zwarte weduwe die in het dagelijks leven verkering heeft met Piet Piraat, buiten op hem wacht is een van de redenen dat ik er niet voor kies om voor de gevaarlijke weg te kiezen.

Carnaval vieren op cola light is best grappig. Zo niet, grappiger dan carnavallen met bier.

2-2-08

Lentebode

Er zat een mailtje in mijn inbox. De vetgedrukte letters lieten zien dat het berichtje afkomstig was van de lentebode. Opgelucht haalde ik adem. Het felbegeerde seizoen zou niet lang meer op zich laten wachten.

Degene die mij de lente zou aankondigen, ken ik al jaren. Als klein meisje bracht ik mijn schoolvakanties nergens liever door dan in het grote huis met de nog grotere tuin. Het was het huis waar ik macaroni leerde eten, custardpudding met vel als toetje kreeg en waar we stiekem rode besjes plukten die nog niet rijp waren. Nichtje en ik waren in die tijd gek op kauwgomlolly’s en op een goed moment beloofden we elkaar dat we nooit, maar dan ook nooit meer iets anders zouden eten dan een kauwgomlolly.

Op zich ben ik nu volwassen. Ik woon zonder mijn ouders, peetoom en peettante in een veel te grote stad. Ik eet wel eens iets anders dan een kauwgomlolly en lap mijn ramen geheel zelfstandig. Af en toe kom ik nog eens in het grote huis met de nog grotere tuin. Logeren doe ik er niet meer. Soms denk ik met weemoed terug aan de tijd waarin we chips uit de kast jatten. Door de week. De tijd waarin je als meisje maar een beste vriendin mocht hebben. Toen we onze dagboeken verstopten voor kleine broertjes die erg stom waren. De tijd van hubbabubba en kauwgomlolly’s.

Met het mailtje van de aankondiging van de lente voelde ik de eerste voorzichtige zonnestralen al op mijn gezicht. Bovendien mailde de lentebode het zonnige bericht dat ze binnenkort voor de tweede keer oma wordt. Ik hoop dat haar kleinkinderen heel vaak in het grote huis met de nog grotere tuin zullen logeren. En vooral dat ze dan ook betrapt worden op het jatten van rode besjes in de lente.

30-1-08

Kind

“ Hoe gaat het met je kind?”, vraag ik aan Collega.

“ Wil je horen hoe knap en leuk hij is?”, vraag ze.

“ Nee,”, zeg ik. “ Dat boeit me niet. Maar gewoon. Hoe het gaat”.

Ze vertelt dat Baby beter slaapt. Dat hij een keer van de trap is gevallen en dat het nu eigenlijk best weer ok gaat.

“ En jij?” , vraagt ze. “ Wil jij nog geen kinderen?”

Ik schud mijn hoofd. “Nee”, zeg ik. “ Voorlopig niet. Maar hoe oud moet ik worden voordat ik het eindelijk weet?”

Mijn collega weet niet dat er voor mij een extra factor is die het nemen van een beslissing ernstig vertraagt. Als ik ooit een kind krijg, wordt het hoe dan ook ambtenaar. Aangezien het kinderdilemma niet alleen voor manisch depressieve vrouwen geldt, vertrouw ik haar toe dat ik het lastig vind. Dat het me pittig lijkt om vierentwintig uur per dag een kind te hebben.

“ Oh, maar daar groei je wel in hoor”, zegt ze terwijl ze een geeuw onderdrukt. De wallen die het kleine wezentje onder zijn moeders ogen tekende, zijn inmiddels al niet meer weg te denken uit haar doorgaans vrolijke gezicht.

“ Maar je hebt nog even de tijd, je hoeft vandaag niet te beslissen”.

“ Nee”, zucht ik. “ Maar ik wil gewoon dat iemand anders de beslissing voor mij neemt. Ik vind het lastig”.

Een collega die stiekem mee heeft geluisterd, schiet keihard in de lach.